Vaste en variabele kosten van een bruiloft
Een kleiner gezelschap maakt je bruiloft niet automatisch evenredig goedkoper. Het verschil zit in de manier waarop elke offertepost wordt berekend. Deel je regels in voordat je scenario’s vergelijkt.
Drie soorten kosten
Vaste posten blijven gelijk binnen de afgesproken omvang. Denk aan huur of een afgesproken fotopakket. Of een post werkelijk vast is, lees je in jullie offerte: een andere zaal of een extra uur kan alsnog een nieuwe prijs opleveren.
Variabele posten volgen een hoeveelheid. Dat kan een gast, maaltijd, fles of medewerkeruur zijn. Schrijf de eenheid erbij. Een bedrag per medewerkeruur kun je niet als bedrag per gast invoeren.
Minimumafname vormt een ondergrens. Als jullie minder afnemen, kan de rekening toch gelijk blijven. Vraag wat bij een minimumbesteding meetelt en welke posten daar bovenop komen.
Eigen rekenvoorbeeld
Stel dat jullie huur € 1.000 is en het diner € 50 per deelnemer. Bij 40 diners komt dat samen op € 3.000; bij 30 diners op € 2.500. De besparing is € 500, niet een kwart van het totaal. Dit zijn gekozen bedragen om de methode uit te leggen, geen leveranciersprijzen. Een contractueel minimum kan de uitkomst veranderen.
Stel deze vragen
- Welke bedragen zijn vast voor ons programma?
- Wat is de eenheid van elke overige post?
- Welk minimum geldt voor gasten, uren of besteding?
- Kan personeel afnemen als er minder gasten komen?
- Tot wanneer mogen wij de aantallen wijzigen?
Neem de antwoorden over in de budgetplanner. Vergelijk daarna pas scenario’s, bijvoorbeeld tien gasten minder.
De bron hieronder illustreert offerte- of prijsvoorwaarden. De stappen en eventuele gekozen rekenbedragen op deze pagina zijn van onze redactie.